Eerste resultaten

zondag 03 mei

Op een totaal van 129 gecontroleerde nestkasten troffen we er 86 met een steenuil erin. Omdat de focus vooral lag op kansrijke plekken zal de verhouding tussen beide niet maatgevend zijn voor het totale kastenbestand, maar dat we boven de 100 uitkomen - en daarmee een nieuw record vestigen - lijkt welhaast zeker.

Bij 83 konden we de legselgrootte vaststellen: gemiddeld 4,07. Een stuk lager dan vorig jaar, maar nog steeds boven het langjarig gemiddelde van 3,98. Met een aantal van 24 kwamen 4-legsels het meeste voor, maar ook het aantal 5-legsels was met 18 verrassend hoog.

Op 5 plekken al jongen. Nooit eerder zoveel in het eerste veldweekend. 2 keer 2, 1 keer 3, 1 keer 4 en 1 keer 5. De oudste hadden de ogen al bijna open en waren zeker 10 dagen. Wel opvallend dat de andere 4 eieren niet waren uitgekomen. Terugrekenend moet het eerste ei op 19 maart gelegd zijn. Ons vroegste legsel in 35 jaar.

Opvallend: in een nestkast in Huppel broedde een steenuil op een ei van zichzelf en op een van een kauw. De bewoonster wist te vertellen dat er dagenlange gevechten tussen de steenuilen en de kauwen aan vooraf waren gegaan. De steenuilen lijken het pleit gewonnen te hebben. Toch hebben de kauwen kans gezien een ei te leggen. Of het uit gaat komen? We gaan het zeker volgen.

Van de 86 bezette plekken waren er maar liefst 14 nieuw. Daaronder een aantal in nestkasten die we pas afgelopen najaar/winter hebben opgehangen. Veel daarvan waren bezet door jongen die in 2019 geboren zijn. Daarover een volgende keer meer als we het plaatje compleet hebben. 

< Terug naar overzicht

Steenuilen rond Winterswijk